Ik heb evenveel goestjes als een garnaal poten heeft, zou men het aan de kust verwoorden. Dat wil zeggen dat ik van vele markten thuis ben – al ga ik niet zo graag naar een markt, dat wandelen, nietwaar – en één daarvan is het weer.

Niet dat ik de trotse eigenaar ben van een thermometerhut of een pluviometer, neen, zelfs een barometer heb ik niet op mijn naam staan. Maar ik volg het weer wel – doen we dat allemaal niet, eigenlijk ? – en ik ga vaak kijken op kmi.be naar de vooruitzichten. Want terwijl vele mensen zich verblijden met het snikhete weer van een gisteren dinsdag keek ik alweer vooruit. En jawel, daar was het dan: de verwachte storm. De laatste restjes drukkende warmte verlaten onze contreien – of net niet – en de wind trekt aan. En dan komt het. Het afwachten.

Niet dat ik het tof vind dat er straten blank staan en blikseminslagen huizen tot as herleiden – ooit is de bliksem ingeslagen op het ‘kaske’ dat Telenet zo nodig voor ons raam moest hangen, dat was wel even schrikken – maar gewoon, de anticipatie van de storm, wat het nu weer zal zijn, enzovoort. Toen ik nog nachtdienst deed in Kortrijk en we naar het nieuwe gebouw in Marke verhuisd waren, kon je tot heel ver kijken. En als het dan echt het holst van de nacht was, en een onweer barstte los in de verte, was dat een schouwspel dat ik niet licht zal vergeten.

Esthetisch kan je dus zeggen dat er wel wat te zeggen is voor een lekker ouderwets onweer. Maar laten we hopen dat de mensen gespaard blijven van materiële schade en we nog met z’n allen het volgend onweer tegemoet kunnen gaan.

Advertenties