Over de eerste twee thema’s kan ik relatief kort zijn. Geld heb ik niet, en gat, tja… vrouwen zijn nu eenmaal niet makkelijk te ‘scoren’ als je er uit ziet als ik.

Met deze twee heikele onderwerpen behandeld, doe ik eens een poging om het meest heikele van allemaal te behandelen: god. Of, ruimer benaderd, godenverering, godsdienst, en zo meer.

Je zou kunnen denken: maar Miguel toch, jij bent toch atheïst? Wat kan jou dat schelen? Het is niet omdat ik een goddeloze, zielloze atheïst ben, dat ik daarom mijzelf ook geen vragen stel over het leven. Ik heb gewoon de rol van een – in mijn ogen – fictief superwezen (god dus) “out geruled” en vertrouw op mijn eigen zijn en kunnen.

Is geloven in god dan verkeerd? Dat heb ik niet gezegd. Het is elkieders recht in god te geloven net als het mijn recht is dat niet te doen. Zo is er in mijn Facebookkring iemand die ten stelligste in god gelooft. Good on him, zou ik dan zeggen. Het is bewonderenswaardig, ergens, dat je je boot van het geloof probeert recht te houden in een zee van ongelovigen, ook al is nergens geschreven dat jij – of wij – het grote gelijk hebben. Het biedt hem steun in moeilijke en zware periodes. Kunnen we alleen maar toejuichen.

Maar het is mijn weg niet. Ik kan mezelf en mijn lot niet toevertrouwen in iets waarvan het bestaan niet is bewezen. I’m a master of my own fate, zou ik zeggen. Twee standpunten die onvermijdelijk clashen in het debat van vandaag (euthanasie). Maar wat er wel fantastisch is, is dat, in vorige tijden de een de ander zou verbranden omwille van diens ‘afwijkende’ mening, wij nu een respect voor elkaar kunnen opbrengen. Geen geroep, getier, gejoel. Gewoon discussie. Debat.

En door elkaar die zuurstof tot debat te geven, geven we onszelf ook zuurstof. Nieuwe ideeën houden een debat levend, wordt wel eens gezegd. Komen we er ooit uit? Neen. We hebben elk onze eigen waarheid. Maar zolang we elkaars waarheid mogen bespotten, om het ruim te noemen, zonder ze teniet te doen en de onze willens nillens opleggen, is er hoop.

Advertenties