Liefste blog,

Je hebt zo van die mensen die eeuwig zwanger zijn. Dan heb ik het niet over hun nogal grote lichaams- of buikomtrek, maar over de uitstraling die ze hebben. Dan heb je ook zo van die mensen die denken omdat ze ‘mama’ geworden zijn, dat ze zich alles kunnen veroorloven.

Wij hebben gisteren de nogal twijfelachtige eer gehad om kennis te maken met een exemplaar die beide kwaliteiten in één persoon verenigde. Onze trein kwam aan in het station van Gent (onze bestemming was Antwerpen) en ze zet zich, samen met twee van haar dochtertjes, in onze treinwagon. Tot daar niets ergs, want ook zij moeten zich kunnen verplaatsen.

Maar dan begint het. Die kleintjes eten smakelijk van hun chocoladekoek – ook niets op tegen, ik eet dat ook wel eens graag – maar de hele wagon moet ‘meegenieten’. Zetel op, zetel af, je kent dat wel. Dan zet ook het kleinste exemplaar haar keelgat wagenwijd open. Dus neemt zij het tafeltje in beslag om de pap of wat het ook is voor dat kind klaar te maken. Dat is nu nog zo erg niet, maar iedereen zou en moest het weten dat zij kinderen heeft, dat zag je aan haar uitstraling.

Natuurlijk, met zo’n klein lichaam, duurt het niet lang eer het brouwsel zich een weg naar buiten heeft gebaand en moest ze de luier verversen van het kind. Dat doet ze in de ‘instaphal’ van de wagon. Heb ik al gezegd dat haar buggy de boel danig blokkeerde, voor de mensen die in- of uitstapten?

In elk geval, we komen het station van Lokeren binnen, ze was nog bezig met de luier te verversen. Gelukkig zat de wind redelijk goed, anders zou die penetrante geur zich naar onze neusgaten gedreven hebben. Komt er een oude man de trein binnen, en ziet dat de zetel naast mij vrij is. Nochtans had een andere mevrouw die de zonder twijfel aandoenlijke taferelen van moeder-met-kind heeft gadegeslagen, de man verwittigd dat de stoel bezet was.

Bezet en niet bezet, eigenlijk, want de kleintjes die normaal naast mijn broer en mezelf zaten, waren nogal mobiel van aard. Dus was de stoel naast mij leeg – maar wel bezet, zo zei de andere vrouw – maar nam de oude man toch mooi bezit van de zitplaats. Fantastisch, hoe nonchalant hij daarbij tekeer ging.

Nu was de moeder die nog altijd met de nummer twee van nummer drie bezig was daar niet echt tevreden mee – dat ze haar tweede jongste ook op haar schoot zou kunnen genomen hebben en dus een stoel zou kunnen uitsparen, daagde haar niet, blijkbaar – en wierp ze de man enkele giftige blikken toe, die ik nog maar nauwelijks kon ontwijken.

De man had een grappig boeddha-medaillon om, en de kinderen vonden dat natuurlijk hilarisch, met alle gekwetter van dien. Hijzelf moest er weer uit in Sint-Niklaas. Dan komen we – eindelijk – aan in Antwerpen-Centraal.

Als klap op de taart, als kers op de vuurpijl, vraagt de andere mevrouw ons of we zouden willen helpen de kinderwagen (die iedereen blokkeerde voor de helft van de treinreis) naar buiten te doen.

En of we dat deden! Ware het niet, lieve blog, dat we nét een opstoot van collectieve rugpijn ondergingen.

Advertenties