Typisch. Vroeger kon je als werknemer, die nooit van thuis uit de kans gekregen had, opklimmen via avond- en afstandsonderwijs. Eerst je bachelor, dan je master. Die opleidingen kosten geld en duren soms nog wel eens langer dan de conventionele weg, die de rijken enkel konden afleggen, vroeger.

Nu nog steeds zijn er echter mensen die nooit kunnen verder studeren hebben in het conventionele circuit, en die – zoals ondergetekende – proberen te vechten tegen de bierkaai en toch nog iets uit de brand willen slepen.

Ondergetekende heeft – behalve voor economie – best wel goede punten. Ondergetekende denkt er dan ook aan om verder te studeren nadat hij zijn graduaat gehaald heeft. Het kost geld, ik geef het toe.

Enter the opleidingscheques. Die dingen besparen een hele slok op de borrel (dan nog is het relatief duur, maar kom, het is te doen), zeker nu het avondonderwijs nog maar eens opslaat (toen ik begon was het € 1 per lesuur, daarna, in mijn derde jaar, € 1,15 per uur, nu spreken ze van € 1,30 per lesuur).

Ik denk er het mijne van, eerlijk gezegd. Het is net alsof ze niet willen dat we ons hoger diploma halen. Maar goed, ik werk (voorlopig) nog steeds voltijds, ik kan het bestieren. Maar denk eens aan de moeder die, met twee kinderen, meer wil verdienen en ’s avonds bij wil leren. Geen opleidingscheques én duurder onderwijs, da’s echt niet de wereld die ik wil.

Advertenties