Nu brieven aan je 16-jarige zelf een beetje de hype zijn, doe ik maar mee met de hype, zo origineel ben ik wel. Here goes.

Miguel.

Ik zou je eigenlijk een lap rond uw oren moeten draaien. Of toch minstens een paar tanden uit je bek kloppen. Het kan me niet schelen dat je zestien jaar bent. Misschien toch maar beter niet, want je zal tussen hier en een jaar of twee in elkaar gerost worden door een troep (een meute) gabbers, omdat je gezegd hebt dat ze je met rust moeten laten. Dus dat is bij deze opgelost. En neen, in elkaar getoekt worden, daar ga je niet dood van.

Maar je bent nu nog maar zestien en een redelijk fitte jongeheer, ook. Je hebt net je bruine gordel karate behaald en je beschikt over een sterke conditie. Houden zo, want als je het niet onderhoudt, dan ben je dat binnen hier en een paar maanden kwijt.

Emotioneel ga je door een dal, wat zijn weerslag heeft op je schoolresultaten. Believe me, I’ve been there. Maar geef niet op: die negen tekorten kan je nog ophalen. Althans, je hebt er zes opgehaald. Je vader zal je smeekbedes om te mogen blijven zitten negeren en je wordt linea recta naar het BSO gestuurd. Maar eerst maak je nog een omweg langs het leger – alles om niet in het BSO te raken – maar geloof me, ze liegen in het CRS: de examens houden veel meer in dan wat Frans en wiskunde.

Je zal in het BSO belanden, waar een ware strijd heerst tussen “zij die merkkledij dragen” en origineel genoeg “zij die geen merkkledij dragen”. Jij zal de derde partij vormen: je zal geen woord zeggen omdat je die mensen lager inschat dan jezelf. En je hebt gelijk, want je zal zeggen dat waar ze zich om druk maken, futiliteiten zijn. Je zal geen vrienden hebben, maar dan wel ook met niemand in ruzie liggen. It’s something.

Je zal die twee jaar in het BSO doorzwemmen zonder veel moeite maar door desinteresse ook niet meer dan er door zijn. Je zal willen je A1 halen (later noemen ze dat Bachelor) in ‘iets met taal’: Journalistiek, Germaanse, … Maar ook hier gooit je vader weer roet in het eten: jij bent geen student, je moet gaan werken.

Wat je dan ook gaat doen. Op 31 december van het jaar 2001 – de wereld zal niet vergaan en de millenniumbug is ook zwaar overschat – treed je in dienst bij de Belgische Post als postbode. Je zal statutair geraken – zeggen ze – maar geloof die praatjes niet: veertien jaar na dato wacht ik nog steeds op mijn vaste benoeming. Maar toch: je zal twee-drie jaar een luizenleven leiden. It’s something.

Dan komt Georoute er aan en alles gaat naar de kloten: je krijgt te maken met stress, voor het eerst in je prille carrière. Je vraagt je overpunting naar Kuurne of Wevelgem en enkele jaren later is het van dat: je mag naar Wevelgem.

Toch ken je geen gemoedsrust en op een gegeven moment – het heeft iets te maken met de bazin die je rugpijn imaginair noemt, ook al is het een gevolg van een arbeidsongeval waar je tien jaar later nog mee zal sukkelen – stort je in de garage, al huilend in. De kuisvrouw zal je vinden en je gaat naar de dokter. Magnesiumtekort, wordt er gezegd, maar je voelt dat het iets is van lange adem als je er niet iets aan doet. Depressie, en zo. Ook al zegt de ouderlijke macht dat dat niet zo is, je zal zien: echt gelukkig word je niet meer na die fase. Maar je hebt er een vriend bij, die je soms zal omhelzen en in en door je zal kruipen: de depressie. It’s something.

Je blijft niet bij de pakken zitten en je begint in het jaar 2012 aan een opleiding Management Assistant, HBO5 (de B1 die je nu nog niet kent). Het ei in je broek is nergens voor nodig: de meeste vakken zul je goed doen.

Miguel, als er eens een meisje of godbetert een jongen tegen je wil praten: loop niet weg. Laat ze toe. Het kost moeite, maar niet iedereen is out to get you. Sommigen willen je helpen en jij kan ze ook helpen, en dat geeft een goed gevoel. Oh ja, Miguel, als je binnen hier en vier jaar op de bus van het boekenfestijn een meisje tegenkomt dat spontaan met je praat én niet wegloopt als je je nerdboeken uithaalt als ze vraagt wat je kocht, ga mee met haar wanneer ze uitdrukkelijk zegt dat ze “hier af moet”. Wees geen wijsneus, en zeg niet “ik niet”. Misschien grappig het moment zelf, maar geloof me, het zal je nog berouwen.

Leef je leven zoals je wil, maar val niet ten prooi aan denkpatronen van anderen. Niemand weet hoe het is om jou te zijn, net zoals jij niet weet hoe het is om iemand anders te zijn.

Leef, Miguel, leef. Behandel anderen zoals je zelf ook behandeld wilt worden. Onthou al deze dingen goed, binnen nog eens zestien jaar heb je ze nodig om aan je jongere ik te schrijven en de ketting niet te doorbreken.

Je vriend,

Miguel

Advertenties