Op deze site http://charliemag.be/wereld/leren/ kan je het geweeklaag van een zestienjarige ASO-studente lezen. Ze leert geen nuttige dingen, en de dingen die ze leert, is ze twee jaar later vergeten.

Ik heb wellicht al mijn verhaal tot vervelens toe herhaald, maar goed, dan nog maar eens.

Toen ik uit het lager onderwijs kwam, was het duidelijk dat ik niets kon met mijn handen. Ik had echter (toen al) een aanleg voor de Nederlandse taal. Ik wou dus iets doen met talen, maar absoluut niet met mijn handen werken. Alle respect (én bewondering) voor zij die dat wel kunnen. Maar ik kan dat niet. Goed, ik wou dus ASO doen. Helaas besliste mijn vader daar anders over, iets waar ik hem twintig jaar nog heel “dankbaar” voor was. Hij veroordeelde me tot het VTI Gullegem, een barslechte school (toentertijd toch) waar ik echt niéts leerde. Letterlijk.

Ik mocht dan toch naar het Spes Nostra, maar toen was het kwaad al geschied, natuurlijk. De eerste twee jaar zijn instrumentaal voor het aanleren van een goede studie-ethiek. Dan is een vakschool niet echt de ideale plaats als je liever met theorie en talen werkt. Ik heb me twee jaar nog goed kunnen handhaven, maar het vijfde jaar was er teveel aan. Mijn tante overleed op haar vijftigste aan kanker, en ik heb enkele examens leeg ingegeven. Ik had negen tekorten, van dewelke ik er nog zes ophaalde en ik wou dan ook gewoon mijn jaar opnieuw doen.

Niet naar de wens van vader en dus zakte ik naar het BSO. Kantooradministratie en gegevensbeheer. Weg waren de lessen Duits, Spaans, Geschiedenis, Esthetica, … en terug waren de lessen Bedrijfsbeheer (na in het vijfde jaar geen BHH gezien te hebben). Ik zwaaide twee jaar later af met een flutdiploma, tja, eerlijk is eerlijk, met een BSO-diploma ben je niets, ook al heb je je zevende jaar gedaan, en wou dan mijn hoger doen met mijn twee passies: Nederlands en Engels.

Niet naar de wens van vader, en dus ging ik gaan werken. Ik heb nooit de kans gekregen hoger onderwijs te volgen. Tot tien jaar nadat ik bij De Post begonnen was ik een depressie kreeg. Het was mijn lichaam die me de signalen gaf dat ik meer kon met wat ik kon, en gelijk had het. Ik ging opnieuw studeren, een B1 (nu HBO5) Management Assistant.

Eén van die vakken die ik daar kreeg was Economie en Boekhouden. Nu, ik ben helemaal geen wonder met cijfertjes, nooit geweest. Maar de latente kennis die ik opdeed – toen ik het totaal nutteloos vond – heeft me er door gesleurd tijdens de lessen boekhouden. Ik haalde 63 op 80 voor mijn examen en dat met kennis die ik zo’n veertien jaar eerder opdeed. Toen had het geen zin, maar het heeft mij nu zéker geholpen om de leerstof die ik in het hoger kreeg onder de knie te krijgen. Zonder die toen nutteloos beschouwde lessen zou ik het nooit gered hebben. Dat ben ik zeker.

Mijn punt hierin is drieledig.

– Misschien interesseert het je niet (meer) zo veel wat je nu studeert? In dat geval kan ik enkel zeggen, hou vol. Bijt door. Als je uit het ASO komt kan je nog alle kanten uit – behalve de arbeidsmarkt. De kennis die je nu opdoet zal je NU niet dienen, maar wel binnen tien jaar. You’ll be glad you listened.

– Misschien moet men toch eens er over nadenken om ook het kind bij de studiekeuze (actief) te betrekken. Nu luisteren ze te veel naar de ouders zonder de echte interesses van het kind onder ogen te nemen.

– Ik studeer nu bijna af als gegradueerde en zou graag verder doen voor mijn Bachelor, liefst ook in avondonderwijs. Helaas kan dat niet, en enkel in afstandelijk afstandsonderwijs. Misschien dat Crevits er voor kan zorgen dat werkenden ook nog kunnen verder studeren voor een Bachelor in avondonderwijs, zonder er afstandsonderwijs in te betrekken of deeltijds te moeten gaan werken. Ik moet ook een huis afbetalen.

Al denk ik niet dat iemand dit hier gelezen heeft, eigenlijk.

Advertenties