In dit artikel ( http://www.standaard.be/cnt/dmf20150515_01682498 ) wordt gewag gemaakt van het “slecht presteren van Handel” op gebied van doorstromen naar hoger onderwijs of de arbeidsmarkt.

Specifiek wordt de richting “Kantooradministratie” met de vinger gewezen. Nu weet ik niet of het nog altijd zo is als “inmijnentijd” (Jezus wat klink ik oud daardoor…) maar de volledige naam van de studierichting is “Kantooradministratie en Gegevensbeheer”.

Misschien was ik een atypische BSO-student, wie weet. Ik kwam uit het vijfde Secretariaat – Moderne Talen (na het derde en vierde Handel – Talen gedaan te hebben, zoals het hoort), wat ook tot het vakgebied Handel behoort.

Daar leerde ik wat er op de verpakking stond: what you see is what you get. Een goed onderlegde basis met een beetje Handel (Bedrijfshuishoudkunde), een beetje Talen (Nederlands, Frans, Duits, Spaans en Engels) met een flinke scheut algemene vorming erdoor gemixt. Dingen zoals esthetica, geschiedenis, … En dat werkte. Mocht ik de keuze gehad hebben, zou ik meer talen en minder godsdienst, chemie, wiskunde en fysica gevraagd hebben. Maar goed. Ik kan niet zeggen dat ik mij ooit tekort gedaan voelde door het leerplan van Handel-Talen, of Secretariaat-Talen.

Wat niet kan gezegd worden van Kantooradministratie en Gegevensbeheer. Wat heb ik daar geleerd? Tja. Hetgeen ik in het derde en vierde TSO geleerd had, eigenlijk. We moeten er ook niet flauw over doen, het is BSO en het cliché is deels waar, in het BSO zitten schoolmoeë leerlingen. Hoe dat komt is ook duidelijk: het BSO is het vuilputje van alles wat niet mee kon (mocht) in het TSO (of ASO). Wanneer je in een school met ASO, TSO én BSO-richtingen absoluut als TSO-leerling niet in het ASO mocht gezien zijn wanneer je je vrienden bezocht tijdens het speelkwartier of de middagpauze, dan weet je hoe je als BSO-student als stront wordt behandeld.

De leraars zijn er ook al niet veel beter. De leraars die (toen) in het BSO stonden waren ook niet echt het toonbeeld van enthousiasme. Wanneer je je lerares, je klastitularis nota bene, hoort zeggen dat je na je zesde eigenlijk niet hoéft terug te komen voor je zevende jaar, dat een getuigschrift tweede jaar van de derde graad BSO ook heel waardevol is op de markt, dan is dat al een teken aan de wand.

Wat zouden zij die gasten dan aansporen om hogeschool te gaan doen? Laten we wel wezen, ik heb er echt werkelijk niéts geleerd (dat nu ook nog van pas komt). Ik kan eerlijk zeggen, alles wat ik weet en kan, heb ik geleerd in het TSO. De andere twee jaar (zesde en zevende BSO) waren puur tijdverdrijf (het moge duidelijk wezen dat ik liever in het TSO had gebleven). Het leerplan is dan ook heel erg hard op hoger onderwijs toegespitst: maandag les, dinsdag stage, woensdag stage, donderdag en vrijdag les. Ik heb nooit, maar dan ook nooit, het woord hogeschool horen vallen, laat staan het woord “universiteit”. Dat is ook niet de bedoeling van het BSO. De stage is een voorbereiding op het loonslavenbestaan, niet op een academische carrière.

Ik denk dat de doorslaggevende factor dan ook niets met Handel te maken heeft, dan wel met de stiefmoederlijke behandeling die het BSO (toen én nu, als ik er de kranten op na lees) te beurt valt. Twee dagen stage per week (god, als je wil gaan werken, doe dan deeltijds) en drie dagen (at best) per week les. En wat je er dan leert… Godsdienst werd er eigenlijk maatschappelijk verantwoord engagement genoemd: iets nuttelozer ken ik eigenlijk niet. Maatschappelijk verantwoord engagement leer je door ondervinding, wanneer de poorten van de school voorgoed achter je dichtslaan en je daar staat in de woestenij van het Groot Zijn, buitengeduwd met een papiertje dat niets waard is in je handen, niet door er over te lezen in de beschermde omgeving van de oase in de woestijn (mét een muur errond). Wat een contrast met de nuttige zaken: aardrijkskunde, geschiedenis, in theorie biologie en fysica maar die hebben we zelfs niet gezien in het BSO, worden in evenveel uren als godsdienst gegeven onder de noemer PAV.

Dus om af te ronden: het is niet Handel, waar iets aan schort, maar aan de behandeling van het BSO. Het onderwijs is gedemocratiseerd – en goed ook – maar de laagste regionen zijn blijven stilstaan. Het doen alsof hogeschool en unief een sprookjesland zijn, iets zijn waar anderen naartoe gaan en waar jij alleen maar kan van dromen of het tout court negeren zal er zeker niet voor zorgen dat er mensen doorstromen naar sprookjesland.

Get real, en durf het onder ogen zien: niet Handel is in fout, maar jullie. Nog meer dan in mijn tijd worden de BSO’ers wakker. Kennis is binnen handbereik met het internet (en in mijn tijd was dat nog echt met inbellen, dus veel konden we dat niet op school). Willen jullie niet dat de BSO’ers niet naar het hoger doorstromen of verloren lopen op een arbeidsmarkt waar ze eigenlijk niet klaar voor zijn, face the facts: schenk wat meer aandacht aan BSO.

Geschreven door een BSO-alumnus.

Advertenties