Mevrouw Crevits maakt in De Zevende Dag (van 10 mei laatstleden) de bedenking dat er toch nog altijd leerlingen zijn die niet verder studeren. Misschien is het ook eens nuttig om stil te staan bij de achtergrond. Dat heeft niets met (kans)armoede te maken of gelijk wat.

Toen ik in 2001 de schoolbanken vaarwel zegde, was dat om te gaan werken. Ikzelf wou echter verder studeren voor een A1, zoals dat toen nog heette, maar dat was buiten mijn vader gerekend. Zoals ik al tig keren heb vermeld in deze blog, gelooft mijn vader niet in hoger onderwijs. Naar school ga je om een stiel te leren, om op je achttiende in een fabriek te gaan werken. Dat ik eerst verplicht was om naar de vakschool te gaan en daarna zelf geen zin meer had om nog veel te leren, heeft er na lange omzwervingen voor gezorgd dat ik in Kantoor terecht kwam.

Zoals al eerder gezegd zullen er nog meerdere mensen in mijn geval zitten. BSO bereidt niet voor op hogere studies. We moeten daar eerlijk in zijn. Dat nu net Kantoor er slecht uit komt, is wellicht omdat het hele vakgebied Handel relatief theoretisch in elkaar zit. Maar neem dezelfde studie af bij, bijvoorbeeld, Hout- en Bouwtechnieken, en je zal zien dat ook daar vanuit het BSO-segment weinig mensen (succesvol) doorstromen naar het hoger onderwijs. Facts are facts.

Het probleem ligt eigenlijk dus bij het BSO. Ik schrijf dit niet uit rancune, maar het is duidelijk en vaak gezegd dat BSO gewoon niet voorbereidt op hoger onderwijs. In mijn tijd wist ik zelfs niet van het bestaan van universiteiten af, althans, dat je er als BSO-student ook terecht kunt. Het probleem ligt eigenlijk ook bij het feit dat er, in mijn geval, geen pure talenrichting BSO is, maar dat Kantoor eigenlijk een bont allegaartje van het vakgebied Handel huisvestte: ikzelf kwam uit Secretariaat-Talen, er zat iemand bij van Boekhouden-Informatica, er zaten er die er uit Handel naar beneden getuimeld waren en er zaten er die nooit in het ASO-TSO gezeten hebben.

Verschillende interesses, dus. Ikzelf heb geen interesse in boekhouden (immers, daar dienen die van Boekhouden-Informatica voor, nietwaar), nooit gehad, maar toch moest ik verplicht mijn MAR vanbuiten kennen, ook al zei me dat niets. Mijn grote liefde, taal, ik mag toch zeggen dat ik een relatief vlotte pen heb voor iemand die uit het BSO komt, al is het niet echt “done” om de loftrompet over jezelf te steken, kwam nauwelijks nog aan bod. Het cliché is waar: wie kan rekenen, heeft vaak geen goed taalgevoel, en vice versa.

Wat al zou kunnen helpen is het herbekijken van wat er eigenlijk bij een vakgebied hoort, en, per vakgebied (dus bv. eentje voor puur talen, zonder handel, in mijn geval) ASO, TSO en BSO-richtingen aanbieden. Voor de BSO-ers kunnen er dan nog extracurriculaire activiteiten georganiseerd worden, als ze het talent tonen om het misschien toch te kunnen maken in het hoger onderwijs. Wat ook zou kunnen helpen is het effectief vragen aan de studenten wat ze willen, zonder ouders er bij.

Om verder te gaan met mijn voorbeeld, ik kwam dus uit school en moest gaan werken. Ik bleef echter gebeten door taal, taalkunde, … maar kon met die honger nergens terecht. Wie uit het BSO komt krijgt, heb ik door mijn bezoekjes aan interimkantoren meermaals meegemaakt, de grootste strontjobs aangereikt. “Heb jij vijf jaar in het TSO gezeten en spreek je vijf talen? Ja, dat kan wel zijn, maar toch heb je een BSO-diploma. Jij mag fijn glasplaten gaan snijden.” Dat ik nog minder controle over mijn grijpers heb dan een paling die net in een bak vaseline is gevallen, zorgde er evenwel voor dat ik vriendelijk bedankte en de kelk aan mij liet voorbij gaan.

Maar het leven kost geld en ik moest toch ook geld verdienen. BSO-ers krijgen de grootste strontjobs, die vaak op de meest mensonterende uren doorgaan. Om je leven te verbeteren zou je dus kunnen verder studeren. Maar verder studeren kost geld en ook al als je je studies kan betalen, ook je huis kost geld, je hobbies, … Ik zakte verder en verder af richting depressie die tien jaar na mijn afzwaaien mij vlak in het gezicht sloeg.

Gelukkig ben ik ook dat stadium weer voorbij, en ontdekte ik dat er zoiets bestond als HBO5 Management Assistant. Ook al is deze opleiding in hetzelfde bedje ziek als zijn evenknie in het TSO, namelijk Secretariaat-Moderne Talen, toch gaf het mij weer zin in het leven. Ik kon iets, veel meer dan ik ooit voor ogen hield, ik had een doel, ook al is het niveau van de opleiding nu ook niet zo hoog.

Maar dan sta je daar weer. Ik studeer, als “god” het wil mocht hij bestaan, in september af als Management Assistant met een HBO5. Nu heb ik een papiertje in de hand dat, als het al iets aantoont, aantoont dat ik dan toch beter in het TSO had gebleven, dat ik dan toch beter hoger onderwijs had gedaan. Ook al wordt er geringschattend gedaan in interimkantoren over dat diploma, ik heb nu toch de jure een hoger diploma. Maar ik wil meer. Helaas is het net hetzelfde probleem: je kan afstandsonderwijs volgen. Hoera. Maar ’s avonds een bachelor? Blijkbaar is dat idee nog niet helemaal doorgedrongen.

De BSO-alumnus krijgt zoals eerder gezegd de grootste strontjobs aangereikt die sociaal en zeker economisch simpelweg niet gecombineerd kunnen worden met een deeltijdse nine-to-five studie. Als we willen dat talent zich ontwikkelt, moeten we daar ook iets aan doen.

Al weet ik dat er veel problemen zijn in het onderwijs, ziehier wat ik zou doen om deze pijnpunten uit het leven te helpen:

– Ten eerste: vraag aan de leerlingen, geheel onafhankelijk van de ouders, wat ze eigenlijk willen studeren. Vele studenten volgen ASO tegen hun zin omdat ze moeten van hun ouders, maar in het BSO zitten ook jongeren die er niet in thuishoren, of die er tegen hun zin zitten.

– Ten tweede: herbekijk de vakgebieden totaal. Wat talen expliciet met Handel te maken hebben, Joost mag het weten. Ingenieurs komen ook vaak in de bedrijfswereld terecht, en dat wordt niet ingedeeld in Handel. Onttrek de talenrichtingen uit Handel.

– Ten derde: organiseer per nieuw gevormd vakgebied ASO, TSO én BSO-richtingen. Vele BSO-studenten zijn wel degelijk taalvaardig, maar interesseren zich weinig voor godsdienst, geschiedenis, … Moeten daarom deze BSO-studenten taalonderwijs worden ontzegd?

– Ten vierde: doe die stages weg uit het BSO. Ik heb er persoonlijk weinig geleerd, behalve dan dat je als stagiair wordt voorbereid op het toekomstig leven, omdat ze jou ook de slechtste jobjes geven. In het zevende kantoor moest je tweederde van je tijd met de pc werken. Toch raakte ik tijdens die negen maanden deeltijdse stage goed bevriend met de spinnen in het archief omdat ik hen meer zag dan mijn vrienden. Deeltijds onderwijs kan worden omgevormd tot studierichtingen met stages.

– Ten vijfde: Sensibiliseer leerling én ouder over het nut van een hoger diploma. Ook ik wist bitter weinig af van het hoger onderwijs omdat ik in het BSO zat. Organiseer ook beurzen hoger onderwijs voor het BSO, specifiek voor het BSO. Misschien kan de HBO5-richting daar wel soelaas bieden? Het zal de meer leergierige leerling enkel maar motiveren om zijn best te doen (ik was best leergierig, maar ik keek uit op een bleke toekomst dus interesseerde het mij niet echt zo veel meer).

– Ten zesde: breid het HBO5-aanbod gevoelig uit. En geef HBO5-alumni de kans om effectief ’s avonds een bachelor te behalen. Ik zou bijvoorbeeld wel graag bachelor journalistiek doen, maar ik kan nergens terecht voor avondonderwijs. Zelfde voor Bedrijfsvertaler-Tolk. Tig scholen die de HBO5 Management Assistant aanbieden, maar slechts één die een aanvullingstraject heeft voor Bedrijfsvertaler-Tolk? En dan nog in afstandsonderwijs? Écht?

Ik hoop dat ik hier toch wat inzichten geboden heb.

Miguel

Advertenties