Voor wat hoort wat, Eigen Kweek, Bevergem. Stuk voor stuk televisieseries die de laatste twee jaar te zien waren op de nationale televisie. Ze hebben ook nog iets anders met elkaar gemeen. De karakters bedienen zich, zoals je vaak leest, van een sappig West-Vlaams dialect.

Wanneer ik dit schrijf, of tik, dan krommen mijn vingers zich halfweg richting vuist. Maar met zo’n vuist typen is nog niet alles, dus hou ik het nog wat tegen. Ik zeg dat het een dialect is maar wie echt West-Vlaams spreekt, die weet wel beter. Het West-Vlaams is een taal. Met zijn eigen grammatica, woordenschat enzovoort.

Echter, na de campagnes om het “dialect” uit te roeien bleek het West-Vlaams plots weer “hot” te zijn. Hoera dus? Jawel hoera. Toch? Niet dus. Als je nog maar eens kijkt hoe het West-Vlaams wordt behandeld – nu we eindelijk wat uit dat gezeik van die ondertitels geraakt zijn – dan valt “hoera” toch maar redelijk zwaar.

Ja, de schaamte van “dialect” te spreken is enigszins verdwenen. Maar in plaats daarvan heb je nu dit: “dat is dus wél de taal van Eigen Kweek, eh!”. Nu is het nog hip, hot en cool, maar later zul je dit fenomeen hebben: “dat is dus wél de taal van Eigen Kweek, he”. Verveling alom.

Ook de portrettering kon beter. Het valt op dat toch alles wat West-Vlaams spreekt toch uit een marginaal milieu komt (op tv). En dat ze ook nooit zuiver op de graat zijn. Want, neen, het AN is de taal van de rechter, de politieman, de dokter… De boer spreekt West-Vlaams. De boer met de drugsplantage.

En het Brabants volkje zich maar leuk maken over die dwaze keuterboertjes die koeterwaals tegen elkaar wauwelen. Leuk toch? Dan moet ik denken aan de bultenaar die zich telkenmale moet tentoon spreiden aan het volk zodat ze, in hun escapisme, zich kunnen verkneukelen in het belachelijk maken van iemand die nog slechter af is dan hen (denken ze).

Als dat de toekomst is van mijn taal, laat het dan maar zo. AN is dan wel een gefabriceerde, kunstmatige taal, ze dient haar nut wel. Vroeger zag ik dat anders, maar nu kan ik wel zeggen dat ik het liefst AN hoor op onze nationale zenders. Waarom? Dan lachen ze tenminste niet met mijn taal.

Het Frans-Vlaams, net als zijn iets minder archaïsch broertje op zijn retour en eigenlijk op sterven na dood, is een iets beter lot beschoren. Frans-Vlaams is dood. Fini. We moeten er niet dwaas over doen. De enigen die het nog spreken, zijn de ouderen van de streek Nord-Pas de Calais, en verder nog wat leden van allerhande verenigingen. That’s it. Maar toch is de taal beter af. Zoek maar eens “Frans-Vlaams” op YouTube, en dan vind je de reeks “Frans-Vlaamse streektaal”. Integere, eervolle portretten van de laatste doodsreutels van een dode taal.

Maar het Frans-Vlaams heeft iets wat het West-Vlaams nu niet (meer) heeft: zijn eer. En dat nemen ze hem nooit meer af. Als ik zie wat ze nu met het West-Vlaams doen, dan denk ik: “laat het West-Vlaams maar uitsterven”.

En de laatste doet het licht uit.

Advertenties