Ik ben van Franse afkomst. Mijn overgrootmoeder heette France Elizabeth Boirre of Boïrre of Boïre of hoe ze het ook schreven in de tijd, want ik heb mijn stamboom met hulp van mijn Franse familie kunnen traceren tot 1638, met klinkende namen als Chataigner, Boïre en zo meer. Vooral gecentreerd rond de streek van de Loirevallei, de streek van Blois en Orléans… Datzelfde Orléans dat ooit ontzet werd door Jeanne d’Arc, la Pucelle, de heldin en terechte heilige van la Douce France.
Jeanne d’Arc was een meisje dat zou gehoord hebben van stemmen dat ze Frankrijk moest bevrijden van de heersende Engelse en Bourgondische koningen, met gevaar voor eigen leven, haar eigen geestesgezondheid en zelfs zielenheil, in die tijd niet onbelangrijk. Of ze waarlijk gekozen was door God, niemand zal het weten, want zijzelf wist het ook niet.
Desalniettemin moet je het maar doen als tiener, een leger dat op apegapen zit, aansporen om toch nog eens te proberen de Engelsen buiten te kegelen en hun bondgenootschap met de Bourgondiërs op te zeggen. Zoals eerder gezegd, met gevaar voor eigen leven – als de Engelsen haar te pakken zouden krijgen, wat gebeurde doordat de Bourgondiërs haar doorverkochten in plaats van losgeld te vragen, zou dat het einde betekenen van la Pucelle.
Een heldin dus, een wáre heldin.
Vandaag (of gisteren) in de krant, vergelijkt de mij onbekende actrice Jennifer Heylen vrouwen als Greta Thunberg, Dalilla Hermans of de mij ook onbekende Fleur Pierets, een danseres blijkbaar, met la Pucelle. Moderne Jeanne d’Arcs. Ik citeer:
“Ik kijk weliswaar enorm op naar mensen die hun stem luid gebruiken voor anderen. Dan denk ik aan de Dolle Mina’s die voorop gingen in de strijd voor vrouwenrechten. Of kunstenares Fleur Pierets die door middel van performance en taal een belangrijke vertegenwoordiger uit de queergemeenschap is geworden. Greta Thunberg of Dalilla Hermans strijden non-stop voor een betere wereld en incasseren onderweg best veel klappen.
“Vrouwen zoals zij openen deuren die tot voorheen gesloten waren zodat anderen in hun spoor kunnen volgen. Zij zijn de Jeanne d’Arc-achtige heldinnen. Activisme is hun roeping, en wij plukken de vruchten van hun opofferingen. Mijn roeping is acteren – ik verplaats mij in anderen en ben een doorgeefluik voor hun verhalen. Mijn lichaam is mijn megafoon.”
Ik heb daar problemen mee. La Pucelle is iemand die voor mij erg belangrijk is en baanbrekend werk heeft verricht in een tijd waar dat niet echt evident was. De voorheen aangehaalde voorbeelden zijn vrouwen die op de schouders van eerder gekomen reuzen – reuzinnen – als la Pucelle staan.
Actrices, schrijfsters, danseressen, professionele betogers doen dit alles vanuit een alreeds geprivilegieerde positie met – bitter – weinig gevaar voor lijf en leden. La Pucelle deed het als een boerenmeisje. Met meer moeite, meer tegenkanting en meer succes.
Vergelijk je dan ook niet met haar. Of je nu goed werk doet of niet, jullie zijn niet Jeanne d’Arc. Zij ligt te rusten op de bodem van de Seine en er zal nooit meer iemand als zij zijn.