De wet van moderne Jeanne d’Arcs

Tags

, ,

Ik ben van Franse afkomst. Mijn overgrootmoeder heette France Elizabeth Boirre of Boïrre of Boïre of hoe ze het ook schreven in de tijd, want ik heb mijn stamboom met hulp van mijn Franse familie kunnen traceren tot 1638, met klinkende namen als Chataigner, Boïre en zo meer. Vooral gecentreerd rond de streek van de Loirevallei, de streek van Blois en Orléans… Datzelfde Orléans dat ooit ontzet werd door Jeanne d’Arc, la Pucelle, de heldin en terechte heilige van la Douce France.

Jeanne d’Arc was een meisje dat zou gehoord hebben van stemmen dat ze Frankrijk moest bevrijden van de heersende Engelse en Bourgondische koningen, met gevaar voor eigen leven, haar eigen geestesgezondheid en zelfs zielenheil, in die tijd niet onbelangrijk. Of ze waarlijk gekozen was door God, niemand zal het weten, want zijzelf wist het ook niet.

Desalniettemin moet je het maar doen als tiener, een leger dat op apegapen zit, aansporen om toch nog eens te proberen de Engelsen buiten te kegelen en hun bondgenootschap met de Bourgondiërs op te zeggen. Zoals eerder gezegd, met gevaar voor eigen leven – als de Engelsen haar te pakken zouden krijgen, wat gebeurde doordat de Bourgondiërs haar doorverkochten in plaats van losgeld te vragen, zou dat het einde betekenen van la Pucelle.

Een heldin dus, een wáre heldin.

Vandaag (of gisteren) in de krant, vergelijkt de mij onbekende actrice Jennifer Heylen vrouwen als Greta Thunberg, Dalilla Hermans of de mij ook onbekende Fleur Pierets, een danseres blijkbaar, met la Pucelle. Moderne Jeanne d’Arcs. Ik citeer:

“Ik kijk weliswaar enorm op naar mensen die hun stem luid gebruiken voor anderen. Dan denk ik aan de Dolle Mina’s die voorop gingen in de strijd voor vrouwenrechten. Of kunstenares Fleur Pierets die door middel van performance en taal een belangrijke vertegenwoordiger uit de queergemeenschap is geworden. Greta Thunberg of Dalilla Hermans strijden non-stop voor een betere wereld en incasseren onderweg best veel klappen.

“Vrouwen zoals zij openen deuren die tot voorheen gesloten waren zodat anderen in hun spoor kunnen volgen. Zij zijn de Jeanne d’Arc-achtige heldinnen. Activisme is hun roeping, en wij plukken de vruchten van hun opofferingen. Mijn roeping is acteren – ik verplaats mij in anderen en ben een doorgeefluik voor hun verhalen. Mijn lichaam is mijn megafoon.”

Ik heb daar problemen mee. La Pucelle is iemand die voor mij erg belangrijk is en baanbrekend werk heeft verricht in een tijd waar dat niet echt evident was. De voorheen aangehaalde voorbeelden zijn vrouwen die op de schouders van eerder gekomen reuzen – reuzinnen – als la Pucelle staan.

Actrices, schrijfsters, danseressen, professionele betogers doen dit alles vanuit een alreeds geprivilegieerde positie met – bitter – weinig gevaar voor lijf en leden. La Pucelle deed het als een boerenmeisje. Met meer moeite, meer tegenkanting en meer succes.

Vergelijk je dan ook niet met haar. Of je nu goed werk doet of niet, jullie zijn niet Jeanne d’Arc. Zij ligt te rusten op de bodem van de Seine en er zal nooit meer iemand als zij zijn.

De wet van Music For Life 2025

KBC zit weer naar goede gewoonte te kontdraaien met hun vlammetjes. KBC is een bank. De bank, die vaak de oorzaak is van veel, véél miserie. Afijn, ik laat het maar eens weten:

“The bourgeoisie is charitable out of self-interest; it gives nothing outright, but regards its gifts as a business matter, makes a bargain with the poor, saying: ‘If I spend this much upon benevolent institutions, I thereby purchase the right not to be troubled any further, and you are bound thereby to stay in your dusky holes and not to irritate my tender nerves by exposing your misery. You shall despair as before, but you shall despair unseen, this I require, this I purchase with my subscription of twenty pounds for the infirmary!”

– Friedrich Engels (aangepast aan de situatie)

“Except that maybe, without charities like this, people wouldn’t be able to think they’d achieved something when, really, nothing’s changed at all. And without that comforting illusion, they might be more minded to agitate for genuine political change, which could make an actual difference. I mean, you could argue that charity affords politicians an excuse for inaction and exploiters the pretence of a conscience.”

– Upstart Crow (aangepast aan de situatie)

“When I give food to the poor, they call me a saint. When I ask why the poor have no food, they call me a communist.”

– Dom Helder Camara

Het is weer de tijd van het jaar waar mensen doen alsof ze vrijgevig zijn en samen met pseudo-BV’s gaan kontdraaien voor de camera’s die gretig zullen draaien – want alleen dan kan het. Het hele jaar door is alles bijzaak, zijn armen profiteurs, zijn langdurig werklozen en dito zieken luizen op de pels van de maatschappij (gepensioneerden, jullie zijn de volgenden) maar eens december om de hoek komt piepen (en laten we wel wezen, november eigenlijk ook) dan zijn ze daar, met hun vlammetjes, hun tandpastasmiles en hun sob-stories. Het leven is hard voor iedereen (zeker van de arbeidersklasse) en in plaats van druppels op een hete plaat te geven (je ziet ze zelfs verdampen in de vlammen op de locatie van het jaar), zouden we beter moeten oproepen tot een echt solidaire staat – maar wees gerust, die staat zal wel komen zwaaien met pleisters speciaal voor houten benen voor de mensen die getroffen worden door hun asociaal beleid.

Music for Life? Warmste Week? Neen, dank u. Ook dit jaar laat ik de kelk aan mij voorbij gaan. Net zoals die toch zo gulle donateurs zijn jullie vooral uit op de zgn. deugpunten, want als het jullie écht om de zaak te doen was, zouden jullie dit doen in de láátste week van het jaar, dus te beginnen op kerstavond en te eindigen op nieuwjaarsdag, jullie zelf de schrans- en zuippartijen ontzeggend voor het goede doel.

Maar dat doen jullie niet. Dus bij deze, eens te meer: go fck yourself.

Mijn probleem met Het Verhaal van Vlaanderen…

DISCLAIMER: ik heb de reeks niet gezien. Ik zal het ook waarschijnlijk niet bekijken. Het gaat over het mediaplatform dat aan zulke onzin wordt gegeven. Dus ja.

Vlaanderen. Van toen. Dat was West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, stukje Antwerpen, Romaans-Vlaanderen, stukje Henegouwen, Zeeuws-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen.

Vlaanderen. Van nu. Dat is West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant.

Maar, hoor ik u nu denken, wat waren we vroeger toch een stuk groter! Voor antwoorden zal u (waarschijnlijk) niet naar de reeks “Het Verhaal van Vlaanderen” moeten kijken. Althans, als daaraan voorafgaand de even zware borstel is gegaan als door de geschiedenis in de strip.

In de strip immers wordt 1302 uitgesmeerd als een BELANGRIJKE OVERWINNING. Dat klopt. Het was één van de eerste keren dat een leger van voetvolk een leger ridders in de pan hakte. Na de slag werden gulden sporen van het slagveld gestolen en opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Dat klopt allemaal.

Zo belangrijk was die overwinning niet, als je het grotere plaatje bekijkt. In de strip wordt niet verteld dat:

  • Er Walen meevochten aan Vlaamse kant.
  • En Brabanders aan Franse kant.
  • In 1304 de Vlaamse vloot bij Zierikzee werd verpletterd door een samenwerking van Franse en Nederlandse schepen. Past niet bij het Vlaamse Grootdietslandverhaal, wellicht. In 1323 werd het dispuut volledig beslecht in het voordeel van Nederland: vaarwel Zeeuws-Vlaanderen!
  • In 1304 eveneens Willem van Gullik sneuvelde, een belangrijke leider in 1302, in de slag bij de Pevelenberg.
  • De Vlamingen bijna om vrede huilden, die ze ook kregen. Als ze zware herstelbetalingen betaalden aan Frankrijk, de Leliaerts terugnamen (die moesten niet betalen) en de streek van Rijsel, Dowaai en Orchies in onderpand gaven aan de kroon (dat later, in 1312, volledig werd toegewezen aan het Franse kroondomein). Tot dusver Romaans-Vlaanderen.
  • In 1382 kwamen de Fransen terug en namen ze de gulden sporen terug mee. Oh ja, en een zeer vernuftige Belfortklok uit Kortrijk, wat later een Jacquemart zou heten.

Frankrijk zou, zo zegt de strip, Vlaanderen nooit volledig bezetten. Maar dat hoefde niet, want Vlaanderen was stevig in de greep van Frankrijk.

Wat later wordt er verteld over de moord op Jan Zonder Vrees. Bijzonder bloederig. Dat zal wel waar geweest zijn. Alleen, Jan Zonder Vrees bracht op zijn beurt ook vaak Franse edellieden om en was zeker geen doetje. Dat is een klein kadertje waard, meer niet.

Ik vreesde dus voor Flamingantenjingo en kroop in de pen. Ik schreef de VRT en die antwoordde:

We vinden het jammer dat u al een oordeel klaar heeft over de reeks alvorens we deze hebben uitgezonden.

In Het verhaal van Vlaanderen wordt 38.000 jaar geschiedenis (van 36.000 voor Christus tot nu) in tien afleveringen gebald. Uiteraard moeten er daarom veel keuzes gemaakt worden. Deze keuzes werden gemaakt door de productieploeg in samenspraak met historici en experten. Er is bij Het verhaal van Vlaanderen gekozen voor een mix van onderwerpen: enerzijds de grote verhalen waar iedereen wel iets van kent, die nu in geuren en kleuren visueel verteld zullen worden. Wat was de Beeldenstorm nu eigenlijk? Wat is er precies gebeurd tijdens de Guldensporenslag?

Het opzet van het programma is niet om een toplijst van dé belangrijkste gebeurtenissen uit de Vlaamse geschiedenis te brengen. De discussie over die top 100 zou trouwens eentje zijn waar nooit een einde aan komt. Ook wil het programma geen exhaustief overzicht brengen van de volledige geschiedenis van dit grondgebied – dat zou onmogelijk zijn.

Wel wil Het verhaal van Vlaanderen geschiedenis zo tastbaar mogelijk maken. De makers kozen er daarom voor om te focussen op verhalen van mensen van vlees en bloed, mensen die hier lang geleden rondliepen. Hoe stonden zij in het leven? Welke uitdagingen kwamen ze tegen en hoe gingen ze daarmee om? Uiteraard komen in de afleveringen ook verhalen van sleutelfiguren uit de geschiedenis aan bod, zoals Filips De Goede en de hertog van Alva.

Anderzijds heeft het programma aandacht voor kleinere verhalen die traditioneel meer vergeten worden. Het verhaal van Emilie Claeys bijvoorbeeld, een19e eeuws politica die je als een van de eerste feministes van ons land kan beschouwen.

Tom Waes duikt in het verleden en gaat op zoek naar verhalen vertelt die hij interessant, straf, ontroerend, frappant … vindt. Het resultaat is een mix van verhalen: soms bekende, soms minder bekende.

Dus ja. Geschiedenis zo tastbaar mogelijk maken. En dingen vergeten, natuurlijk.

Het recht op racisme, deel twee: the actors strike back. Enfin, ze schrijven een open brief.

Opgepast: ook hier ga je stoute woordjes lezen!

In mijn vorig bericht was er al te lezen over hoe de VRT eindelijk, na jaren stront in de ogen te hebben en diezelfde stront door de strot van menig medemens willens nillens te rammen (in de zomer voor de herhalingen en dan op het einde van het jaar in “nieuwe” afleveringen), het licht heeft gezien en eens met de (niet zo grove) borstel door de episodes is gegaan.

Het volkje mort – een eerder deze week ontdekt schandaal van mensen die eigenlijk slaven zijn, is niet genoeg om in de pen te kruipen, maar een zeventienjarige deed het wel voor de Kampioenen, en met succes, zo blijkt, met de vraag om de episodes “terug online te halen” (sic).

Ook de “acteurs” laten zich niet onbetuigd. Laten we wel wezen dat ik dit tussen aanhalingstekens heb gezet, want de enige die nog niet tot een karikatuur van zichzelf was geworden, is nu iets langer dan een jaar dood. De rest IS hun personage geworden. Soit, ze hebben een open brief geschreven. Die gaat zo:

“We zijn geschrokken van de commotie die in de pers en op sociale media is ontstaan n.a.v. het schrappen van meerdere Kampioenen-afleveringen (en het daarop volgend gratuite misbruik van onze personages in het discours, door politieke partijen en groeperingen)”.

Kom, wees eens eerlijk met jezelf: zo belangrijk was je reeks nu ook weer niet. Een mooi eindpunt was het vertrek van Pico Coppens naar de psychiatrie. Daar had het moeten eindigen. De humor was oer-Vlaams en oerslecht. Bewijs? Bewerkingen in het buitenland, Clube dos Campeões en FC de Victorie waren beiden scheten in een fles. Toen al was er van humor niet echt veel sprake. Geen enkele partij en groepering heeft ooit jullie personages ge- of misbruikt, gratuit of niet.

“We zijn ons ervan bewust dat onze reeks net zoals andere televisieseries gesitueerd en geproduceerd is in een bepaald tijdperk, daarbij gedrenkt in een tijdsgeest die soms kan botsen met opvattingen in onze huidige samenleving. “Wij geloven dat constructieve duiding bij bepaalde afleveringen zou bijdragen tot een beter begrip en maatschappelijk bewustzijn bij de toeschouwers, een beetje zoals Disney dat ook bij bepaalde van haar filmklassiekers doet.”

Volgens hen was volgende humor nog gedrenkt in de tijdsgeest van de jaren negentig, toen racisme nog mocht:
DDT: “Ik werk met kleine negerkes. Ik heb die laten importeren uit de Kongo, in het zwart.
Boma grijpt naar de borsten van Pascale, Carmen en het achterwerk van Doortje.
Pascale woont samen met een zwarte en moet plots fruit op haar hoofd zetten en een Afrikaans aandoende jurk aantrekken, daarbij door het huis zwalpend op de tonen van “Pata Pata”.
Fernand vraagt “van wie is dat negerke?”
En ga zo maar door. Maar, zo zeggen ze, het is in het verleden gemaakt geweest. Aan hen kan ik het volgende aanraden: bekijk de aflevering van de Twilight Zone: “I am the night, colour me black.”

“Wij zijn geen sociologen of opiniemakers. We zijn acteurs. Wij spelen. We hebben gedurende 30 jaar met veel passie gestalte gegeven aan compleet fictieve personages in een sitcom. We entertainden een breed publiek dat dit genre apprecieert en het essentiële kenmerk van elke sitcom begrijpt: uitvergrote, archetypische personages die op voorspelbare manier reageren op een onvoorspelbare situatie.”

Uitvergrote, archetypische personages die op voorspelbare manier reageren op een onvoorspelbare situatie, maar al te vaak met racisme, seksisme en homo- of transfobie. Niet elke sitcom heeft daar last van. Kijk naar Spaced, gemaakt in 1999. Geen enkele racistische ondertoon daar te vinden en alles was onvoorspelbaar. Of meer recent, the Big Bang Theory: racisme was daar uit den boze, ik heb daar geen enkele scheve opmerking gezien, of die nu racistisch of seksistisch was.

“We hopen dan ook dat men op een serene manier kan kijken naar een comedyreeks die nooit de bedoeling heeft gehad om te stigmatiseren of te polariseren, alleen maar om te amuseren. Laat daar geen misverstand over bestaan.”

Een argument waarin ik niet mee ga is datgene waarin men zegt dat door deze stereotypen wij in de echte wereld ook racistisch en seksistisch zullen worden. Dat is een brug te ver: racisten, seksisten en homofoben waren er zonder De Kampioenen ook wel. Maar mét De Kampioenen hebben ze wél een beeld dat hun enge wereldvisie projecteert. En kom niet af met censuur: daarvoor duurde het al te lang. Veel te lang.

Het recht op racisme

Opgepast: deze opinie bevat stoute woordjes!!

Het hek is van de dam, de poppen zijn aan het dansen. De VRT heeft, in al haar voortschrijdend inzicht, besloten om een twintigtal episodes van Vlaanderens langstlopende jeugdreeks, niet meer uit te zenden wegens te aangebrand.

Zoals we kunnen verwachten van ons mak volkje, hebben ze een petitie opgericht. We willen de afleveringen terug, zo klinkt het. Over welke afleveringen gaat het? Over afleveringen waarin de zwarte beschuldigd wordt van racisme. Over afleveringen waarvan deze of gene verdacht wordt van homofilie, als ware het een misdaad. Over afleveringen waar de seksualiteit van de vrouw – pardon, barende personen of zoiets – wordt uitgemolken.

Het valt al vaker voor en ook nu ontaardt het weer in dergelijke situaties: de discussie gaat al láng niet meer over FC De Kampioenen. Het gaat over het recht op racisme. Want, in de commentaren – bij de goden, zoveel commentaren – wordt er altijd van alles en nog wat bij gesleurd. Andere situaties, andere contexten. Maar het punt, de core, blijft hetzelfde: “we mogen toch nog wel racistisch / homofoob / seksistisch / transfoob zijn, zeker?”. Goh, net zoals destijds Triumph des Willens perfect in de tijdsgeest paste, kan deze nu niet meer door de beugel.

De vraag die je moet stellen, is, kán het nog dat we mensen “neger” noemen anno 2022, zeker nu de misdaden van “dat tijdperk” ons inhalen? Nu, als West-Vlaming kunnen we wel nog zeggen dat dat bij ons geen scheldwoord is, hoewel het dat in de Nederlandse taal altijd is. Ikzelf ben ook opgegroeid met de idee dat “neger” het “goede” woord was, en “zwarte” het scheldwoord.

Kan het nog, dat we mannen optutten in extravagante kledij om transseksuelen te kakken te zetten? Kan het nog, dat homo’s integraal worden afgeschilderd als verwijfde half-mannen met tonnen make-up? Kan het nog, dat een rijke vrouwen mag bepotelen omdat hij rijk is “en dat altijd al gedaan heeft”? Kan het nog, dat we dergelijke toestanden gewoon blijven toestaan, gewoon omdat ze vroeger ook gedoogd werden of, stel je voor, grappig bevonden werd?

Het zegt natuurlijk veel over de eigenaars van de om en bij de 300 000 handtekeningen dat zij, mak zoals ze anders zijn, tenzij het over “foebol” gaat (lees: voetbal), dat de haren hen nu ten berge rijzen. Dat er bij wijze van spreken een atoombom moet ontploffen om hen te scheiden van hun pintje, maar dat ze nu gretig hun recht op racisme en andere -ismen en -fobieën verdedigen.

Mijn persoonlijke mening is, zoals ik dat al jaren geleden tegen mijn broer heb gezegd, dat het eindelijk zo ver is dat deze etterbuil, want zo heb ik de Kampioenen de voorbije dertig jaren steeds consequent genoemd, eindelijk is opengesprongen. Wil dat zeggen dat ik voor censuur ben? Neen. Maar het mocht nu toch wel al eens gebeuren bij deze onzin. Beeld je immers maar eens in, dat dit het summum van de Vlaamse cultuur zou moeten zijn. Volk, word staat, wordt wel eens geroepen.

Neen: volk: leer eerst iedereen respecteren. Maar dat volk, dat volkje, heeft daar geen oren naar. Alles is immers de schuld van woke, nietwaar?

En neen, dit is geen censuur. Het is té lang gedoogd geweest om nog censuur te zijn. Dit is een correctie die al lang had moeten uitgevoerd worden.

Nota: Ik ben een kind van een zéér grote Kampioenenfan. Diens dementie zorgt er voor dat telkenmale hij de tigste herhaling ziet, hij uitbundig lacht met het knullige parochiezaaltoneeltje dat wordt opgevoerd. Toen ik nog naar school ging en FC De Kampioenen nog niet op dvd verscheen, want dat bestond nog niet, had hij al alle episodes op videocassette gezet en elke middag, toen ik naar huis ging om te eten, werd er (minstens) één aflevering gedraaid. Ik weet dus jammer genoeg waarvan ik spreek.

Dus: censuur: neen, FC De Kampioenen muilkorven: ja!

Waarom ik ook nu weer niets (bewust) aan Music for Life zal geven.

Waarom ik ook dit jaar niets (bewust) aan Music for life zal geven.

Reeds jaar en dag is in de eindejaarperiode MFL een vaste (kerst)waarde. Het spelen op en met de gevoelens van de Vlaming is vaste kost geworden en dat heeft al veel geld in het laatje gebracht voor buitenlandse goede doelen. Hoera dus? Jawel hoera. Het stond en staat namelijk goed op je cv om als dj of vj protserig te staan doen in een glazen huis, al dan niet met sapjes en medische ondersteuning er bij.

Natuurlijk heeft de dakloze er in België niets aan, maar… they do give a shit. Zoals ze zelf beweren. Maar er is verandering op komst. Want de fakkel wordt nu gegeven aan jonge snaken, wederom drie, om ons er een geweten mee te meppen. Een uitgelezen kans voor de jeugd om te tonen dat ze met meer dan zichzelf bezig zijn. En wat een geluk dat er net die watersnood in Wallonië was. De zoektocht naar een relevant thema was afgelopen.

En nu, de handen uit de mouwen. Alleen… als ambassadrice kies je bleitsmoel Gloria Monserez. Ik laat dat even indringen. Dat meisje dat zat te huilen over dat ze zich dan toch niet goed voelt en zich de aandacht laat welgevallen, die moet een actie voor het goede doel in even goede banen leiden. En waarom ook niet?

Ze zou ons eens laten voelen hoe wij, alle voorgaande generaties tot en met X (waartoe ik op de valreep nog behoor) de wereld naar de kloten helpen. Dat het niet zorgen zijn voor later. Want zij. Zíj zijn later. Oke, milieubewustzijn kan maar aangemoedigd worden, uiteraard.

En omdat zij later zijn, willen zij in een wereld leven waarin… het oké is jezelf te zijn. Of je wat minder te voelen. Niettegenstaande ik niet meedoe aan het circus van tig genderidentiteiten vind ik het echt wel belangrijk dat je jezelf moet kunnen zijn.

Maar verwacht niet dat de maatschappij daar zomaar zal in mee gaan.

Het toont evenwel weer de eigengereidheid en ik-cultuur waar de jongeren al dan niet met filters mee bezig zijn. Dat ze zich belangrijk wanen. Want dat is het wel. Ze krijgen een heel sterke tool aangereikt. MFL. En ze gebruiken het om zichzelf in de spotlight te zetten.

Reality check: jíj bent niet belangrijk. Ik ben niet belangrijk. Dat later, waar jullie over spreken, dat is het later waarin jouw kinderen zullen opgroeien. Dat gat in de ozonlaag zal niet één centimeter inkrimpen omdat jij “zij/hen” genoemd wordt. Het is niet omdat je een hoofddoek mag dragen, dat het regenwoud nu gered is. En de opwarming van de aarde zal even hard toeslaan voor witte als voor blanke mensen.

… maar dat zijn zorgen voor later.

En daarom geef ik niets aan dat mediacircus dat al tig jaar ons eindejaar verziekt met mediageil kontendraaierij voor de camera’s. Of ook wel eens zonder camera’s. Want eens de laatste week voorbij is, (althans, voor ons jong trio de voorlaatste, want de laatste week doen ze niets, feestjes, weet je wel) is het business as usual aan de feestdis. Tijdens het vuurwerk. Consumeren, zich vet vreten aan gourmet en andere bourgeoisfeestmaaltijden.

Ik sluit af met een quote van de fantastische reeks Upstart Crow:

“Except that maybe, without charities like tonight (sic), people wouldn’t be able to think they’ve achieved something, when really, nothing’s changed at all.

And without that comforting illusion, they might be more minded, to agitate for genuine political change, which could actually make a difference. I mean, you could argue that charity affords politicians an excuse for inaction, and exploiters the pretence of a conscience.”

Beste Bieke en Bert

Ten spijt van feministes die mij ook verzekerden dat ze ook opkwamen voor mannen, heeft het feminisme, althans de militante soort er van, zijn lelijke kop getoond. Want, volgens de directeur van Rosa, Bieke Purnelle, was het optreden van de uitbaters van het café Blond in Gent, geheel gerechtvaardigd.

Voor wie dit later zou lezen en niet meer weet waarover het gaat, enkele, in hun woorden “cismannen” (waar ik aanstoot aan neem: cis is overbodig als term) hebben zich weer bediend van primatengedrag ten aanzien van de “Flinta”’s die het clientèle uitmaken van voornoemd café Blond. Dientengevolge moesten alle “witte cismannen” de zaak verlaten.

Reden te meer dus, zou je denken, om in je pen te kruipen en deze, in feite, vorm van apartheid in de kiem te smoren. Maar neen hoor. Bieke Purnelle en Bert Moerman geven de eigenaars gelijk.

Maar goed, ik als blanke man moet er niet over zeveren…

Bert, ik weet niet waar je het haalt dat je als blanke man nooit gediscrimineerd kan zijn of moet vechten voor je plaats. Misschien niet vanuit gender of kleur, Bert, maar ik ben ooit als blanke heteroman gediscrimineerd geweest, en daar hield Unia zijn handjes mooi van af. Dat was ook in Gent, in de Arteveldehogeschool, waar men het nodig vond mij weg te kijken en weg te pesten omdat ik uit de verkeerde kant van het land kwam. Maar hey, Unia vond het niet nodig mij te verdedigen, want a) taal is geen grond van discriminatie waard en b) nationaliteit gaat maar zo ver voor Belgen. Stel dat ik Frans was, dan had ik een zaak. Maar goed, Unia is al even erg als Rosa, blijkbaar. Dat even terzijde.

Bert, ik ben blij dat jij nooit hebt moeten strijden. Ikzelf kom uit een arbeidersmilieu. En (dus) uit het BSO. Tja, eigen keuze, zou je dan denken. Ja en neen. Want ook ik ben slachtoffer van de stratificatie van de maatschappij. Het feit dat op mensen uit lagere klassen wordt neergekeken – hij komt maar uit het beroeps, nietwaar – heb ik al meerdere malen aan den lijve kunnen ondervinden. Weet je, Bert, ik heb ooit gesolliciteerd en mijn testen waren goed, tot ze zagen dat ik “maar” een BSO-diploma had. En dat is de echte strijd, Bert. De klassenstrijd. Die jij misschien niet moet voeren, maar die er wel degelijk is. Het zou misschien niet kwaad kunnen om die oogkleppen eens af te zetten, dan zie je misschien dat dat de énige echte strijd is die gevoerd wordt.

Bieke, what the fuck.

“Hier was sprake van flagrante discriminatie, stelden lieden die menen dat samenlevingen gebouwd worden op stapeltjes wetboeken, en dat conflicten en wrijvingen beslecht moeten worden door mensen in een toga.”

Duh! Natuurlijk is de samenleving gebouwd op de wet en op orde. Natuurlijk moeten conflicten beslecht worden door mensen in een toga. De minderheden die al Jan en alleman voor de rechter gesleept hebben, al dan niet met de hulp van Unia, kunnen dat wel beamen. Toch? Hoe haal je het in je hoofd om te stellen dat “we de ene discriminatie niet moeten bestrijden met een andere”, dat dat “vast wel zal zijn”? Zal vast wel, woorden die stellen, zo lees ik het toch, dat het eigenlijk allemaal niet zo erg is en dat je wel mag discrimineren zolang het maar tegen blanken is. Want, zal vast wel? Neen. IS. We mogen de ene discriminatie niet bestrijden met een andere. Dat IS zo. Niet zal vast wel. IS. Discriminatie is discriminatie. Apartheid is apartheid. Segregatie is segregatie.

En zo kom ik terug bij Bert. “Ik hoef mij op 99,99 procent van de plekken in dit land geen zorgen te maken over mijn aanwezigheid en of die gewenst is, en het zou wel van een heel fallische onvolwassenheid getuigen mocht ik lopen te emmeren over die 0,01 procent. Dat zou mijn bevoorrechte (kuch, je bént niet bevoorrecht, alleen als je rijk bent, maar je bent een schrijver, een nogal redelijk onbekende dus zo rijk zal je niet zijn) positie ook alleen benadrukken.”

Laten we daar eens verder op ingaan, Bert. Ik ben met mijn vrienden Yusuf de moslim en Aaron de jood op stap. En we stappen een bruine kroeg binnen. En dan bedoel ik niet zo’n oud gezellig cafeetje, maar dan echt een bruin café. Vlaams Blok, swastika’s, kaalgeschoren terrorgabbers, liederen van Stormpanzer Funftousend door de boxen, KKK-regalia, de hele rammetam. Plots komt zo’n akelig mannetje voor Yusuf staan. “Wij willen hier geen bruine. Gij moet buiten.” En ook Aaron moet het ontgelden, want hij heeft nog zijn keppeltje op. Zij dus buiten. Ik word ongemoeid gelaten, want als blanke man ben ik wel zo bevoorrecht dat ik mij vrij in een nazikroeg kan bewegen.

Aaron en Yusuf moeten niet zagen. Het is maar één kroeg, waar een verderfelijke ideologie gepredikt wordt. Want nazi’s worden overal geweerd, zij mogen toch ook hun safe space hebben? Toch? Nu ja, met die kanttekening dat je als nazi niet wordt geboren, in tegenstelling tot LGBTQIA+, maar mijn punt blijft hetzelfde. Waar je één iemand weert omdat hij B is en niet A, dat is discriminatie.

Bieke, “roepen dat je geen kleur, gender of beperking ziet, is ontkennen dat ongelijke machtsverhoudingen en discriminatie bestaan”. Dat kan wel zijn in Amerika, waar heel die woke-nonsens uit komt overgewaaid, maar hier is dat niet zo. “Over jouw ervaringen hoeven we het niet te hebben.” De belangrijkste bijzin ben je vergeten: “Over jouw ervaringen hoeven we het niet te hebben, want jij bent een blanke heteroman en jij bent nog nooit gediscrimineerd geweest.”

Ja, het kan wel degelijk. Want het leuke? Die lul die mij heeft gediscrimineerd aan de Arteveldehogeschool behoort zelf tot een minderheid. En er waren ook twee vrouwen bij. Maar ik kan niets doen, dat is net het hele leuke.

Want ik ben een blanke heteroman.

De Standaard van 17 november 2020: De filosofie is de weg kwijt; ze komt namelijk ook in het bso. De schande!

Het stond mooi in het lang en breed, in De Standaard van vandaag 17 november 2020: Filosoferen vindt de weg naar beroepsonderwijs.

Het artikel begint met een filosofische vraag: “Is het goed dat er medicijnen uitgevonden zijn, of was dat beter nooit gebeurd?”

Die vraag werd voorgelegd aan mensen die in het vijfde bso zitten. Welke richting, doet er niet toe – bso is bso. Waar aso kan flaneren met verschillende richtingen (dit natuurlijk geschreven met een twintig jaar oude bril, want zo lang is het alweer dat ik de middelbare schoolbanken vaarwel heb gezegd – oei, bso-denkfout: negentien en iets jaar, scuzi) zoals Economie-Moderne Talen, Latijn, Grieks en meer van dat moois, is duiding op het niveau van bso niet nodig, noch gewenst. Het zijn leerlingen van het bso. Niet leerlingen uit, bijvoorbeeld, kantooradministratie en gegevensbeheer of hout en bouw, neen, bso. Bso is bso en hoe minder we aandacht aan die losers besteden, hoe beter. Toch?

Soit, bso en filosofie, dus. Het lijkt al een woord dat de meesten niet begrijpen, in het bso, als we de maatschappelijke visie op hen voor waar zouden nemen. Laat staan dat ze het al zouden kunnen schrijven. Want lettergrepen, dat is al geavanceerde grammatica, voor het bso.

Hoe de journalist in kwestie het omschrijft, het had zowaar in een lagere schoolklas gesteld kunnen worden. “Mijn tante neemt al twintig jaar iets tegen depressie, nu is ze verslaafd en er dik van geworden,” was het antwoord. Dat die tante misschien ook nog andere problemen heeft, dat is onze bso-er van dienst wellicht vergeten. Griet Galle vindt dat zoiets op alle onderwijsniveaus moet kunnen. Ook het bso, jawel!

Maar goed, het toont dan toch alweer aan dat mensen denken van bso-ers dat ze met oogkleppen aan door het leven lopen. Dat die oogkleppen er vaak zelf door het onderwijs werden op- of ingeklopt, is wel duidelijk wanneer de interviewer de volgende vraag stelt:

“Waarom moeten jongeren in het bso filosoferen? Moet niet alle tijd op school gaan naar het aanleren van hun vak?”

Ik laat dat eventjes bezinken.

Goed?

We gaan de vraag anders stellen: Waarom moeten jongeren in het bso zich het waarom van het leven afvragen? Is het niet beter dat ze zich, met hun slechtere uren, slechter loon en slechtere gezondheid (na lang in de fabriek te staan), tegoed doen aan de weinige impulsen die de maatschappij hen biedt waarin ze kunnen participeren? Voetbal, bier en soaps? Want verder dan “waarom heeft speler x de bal niet naar speler y getrapt toen die vrij stond”, gaat hun filosofisch besef toch niet?

Want dat is waar de vraag om draait. Ik zal proberen ze te beantwoorden.

Ik ga eerst het tweede deel van die vraag beantwoorden: Moet niet alle tijd op school gaan naar het aanleren van hun vak?

Neen. Hetgeen ik in twee jaar bso heb geleerd, kon ik ook in een half jaar leren. Een week leren zag er zo uit, in het zesde middelbaar: maandag en dinsdag stage. Woensdagvoormiddag, donderdag en vrijdag les. In het zevende jaar was dat: maandag les, dinsdag en woensdagvoormiddag stage (want twee volle dagen, stel je voor!), donderdag en vrijdag les. Nu ja, les. ’t Is maar wat je les noemt, uiteraard. Topscores haalde ik niet, want ik kan me niet engageren voor iets wat mij niet interesseerde, al was voor godsdienst ook de reden van het slechter scoren de pertinente weigering van het verkopen van stiften voor de Damiaanactie. Maar dat is een andere discussie.

Eerste deel van de vraag: Waarom moeten jongeren in het bso filosoferen?

Als er nu eens één groep in het schoolgebeuren het meeste deugd heeft van filosoferen, zal dat wel het bso zijn. Die krijgen namelijk méér dan eens the short end of the stick – zowel op school als in het echte leven daarbuiten. Maar het speelt in de kaart van de leidinggevenden van morgen (die van het tso en aso) dat hun human resources (in de meest enge zin van het woord) liefst niet te veel vragen stellen. Zowel externe vragen als interne vragen. Want knowledge is power, ignorance is bliss.

Stel je maar eens voor, dat de mensen van het bso zich afvragen, waarom iemand van het aso naar Rome mag op schoolreis en zij naar Bellewaerde, voor hun vijftig dagen. Niet hoe het komt, want dat weten we – aso is aso en bso is bso. Maar wáárom? Beter niet doen, dus.

Of, waarom het aso een toneelstukje mag maken, tso mag gaan kijken en bso… tja, bso mag in de werkplaats gaan. Een weinig inspirerende en motiverende omgeving. En zo hebben we het graag, toch?

Stel je maar eens voor, dat een bso-er bij het inkloppen van de tigste nagel van de dag zich afvraagt: “Waarom doe ik? Waarom ben ik? Is dit alles? Is dít het nu?”

Filosofie is, mijn ter ziele gegane lerarenopleiding indachtig, het uitdagen van de gevestigde orde, van de status quo. Het is dan ook maar beter dat dat gebeurt door iemand die er alle belang bij heeft dat die status quo nog een rondje aan zet blijft.

“If there is to be a revolution, it’s best led by a king,” zegt het spreekwoord. Gelukkig is al dat positief gezwans over filosofie, op het einde van de rit, toch maar weer windowdressing: humane wetenschappen en maatschappij- en welzijnswetenschappen, beide studierichtingen die niet echt in de bso-sfeer te situeren zijn, krijgen de primeur.

Oef. En de boer, hij ploegde voort.

About the new Vice President

About the new Vice President.

I am not one to get involved in affairs from beyond the borders of pretty pretty Belgium, but I had to react on what the new Vice President – if all goes well – had to say tonight / today.

She states that little girls, due to her example, know that America, or, more correctly, the United States thereof, is the land of opportunities. Even if you are a woman, even if you are black, even if. Even if “even if” should not exist, but that would carry us away too far.

I must say that whereas I am sure that it is an accomplishment, what she says is only partly true. Yes, children – and all people for that matter – should be able to dream big. Yes, they should be ambitious, yes, they should lead with conviction.

They should.

But not all of them can. Because, as I am sure as it is the same in the United States as it is in Belgium, forget glass ceilings and Black Lives Matter. They exist, and they may be hurdles extra, but they can be overcome. Not so for what is, in my opinion, the greatest obstacle of all. Class. Class and, of course, connected therewith, money. Because, even if the former President (well, you know who I mean) had no class, he had money (I heard that that is untrue as of now, but back in the days when he needed it, he had it).

Let’s just suppose that somewhere in the slums there is a child, that still has both of its parents and they make do with what they have and what they can. She will not be able to go to college – if she wants to remain debt-free – to carry out her dreams and ambitions. She will have to go to work at eighteen, whereas her richer friends go to college. Even so-called people of minorities, first of which spring to mind are Barack Obama and Ocasio-Cortez, have a degree of some sort. Did they have to work for it? Yes, they had to. But they have it. But their environment believed in them. And they have the results because of it. Not that it was easy, but they have it.

Now, take me for example. I am not from the States, but I figure that it is the same here as it is there. I have been born in a family that, I guess, is situated somewhere in the lower regions of the middle class. I never had the educational opportunities as I needed them. My parents were raised in a world and in an environment where you had to work in the factory and if you got fired there, all you had to do was cross the street and get a new job. You had, even though it was just a little, financial stability. My father had numerous opportunities to make promotion but he never did – he had his job and was grateful for it. My mother is an autodidact in that she’s taught herself English – well, she learned it from me to an extent but she never did anything with it. And she only went to school to, I guess, fourteen years of age, because she had to work. Had she had the opportunity to go to college, who knows what she would have been today? Instead she is a frail, older woman, whose body took the beatings of a labourer’s life, even though she could have done so much more.

Now stratification and sociology dictate that those of our class only look for financial stability and that you have to attain it as fast as you can. That is true. However, factory jobs went out the door to the Eastern Bloc and whatnot, and our society is now much more a society of brains instead of hands. Three cheers for that, but it puts us in a difficult position.

And I have missed the train of higher education when I was supposed to be on it. I’ve tried going to community college and I have my degree, but it is never the same as it should have been, had I had the opportunity to go to college and university. I will never lead and my dreams and ambitions are in the fridge because I have to work to have money.

So there you have it – it’s all well and great to talk about dreams and ambitions, but unless you make society equal, and I mean on class-level, you will never have equality and, most likely, a female president.

De wet van Corona

We hebben er toch twee weken moeten op wachten, maar jawel, ook de studenten hebben “problemen met Corona”. Let wel, ik beweer niet dat de studenten een mooi leven hebben – alhoewel – maar laten we alles eens in perspectief zetten.

Toen ik de krant opensloeg om hun getuigenissen te lezen, viel mij één ding op: voor mij lagen foto’s en tekstjes van vijf geprivilegieerde personen. Ikzelf heb ook ooit nog proberen verder te studeren (maar dat werd gefnuikt door corrupte examens en discriminatie, bedankt Artevelde) dus ik weet wel dat dat niet niets is, maar ik moest nooit denken van op Erasmus of fakbar of whatever te gaan. Ik mocht tegen onrealistische deadlines proberen van er iets van te maken (nadat ik ben gaan werken, uiteraard) en feestjes en activiteitenweken, vergeet het maar…

Er zijn mensen die sterven. Er zijn zelfstandigen die niet tot de fortunate ones behoren en dus moeten kijken van welk financieel hout pijlen te maken. Er zijn werknemers die thuis zitten aan zeventig percent van hun loon en die de eindjes aan elkaar moeten zien te knopen. Er zijn alleenstaanden die de muren oplopen van het alleen zijn. Er zijn ouders met kinderen die de muren oplopen van het schoolwerk waarmee de kinderen overladen zijn. Ondertussen blijkt huidhonger écht te bestaan en vereenzamen oudere mensen die vroeger al niet veel bezoek kregen en nu helemaal niemand meer zien.

Om het maar eens te zeggen met de woorden van een práchtige film, Casablanca, aangepast aan de tijden van vandaag: “I’m no good at being noble, but it doesn’t take much to see that the problems of five little people don’t amount to a hill of beans in this crazy world.”

Grow a spine, wees blij dat je gezond bent.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag